De Talentenhaven

Véronique Minnebo - Begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren
Antwerpen (Berchem)

Blog

Mag ik mijn kleuter hoogbegaafd noemen?

Geplaatst op 20 oktober, 2015 om 8:20

Vaak hoor je dat je bij peuters en kleuters nog niet over hoogbegaafdheid kunt spreken, dat je dan uitsluitend van een ontwikkelingsvoorsprong mag spreken. Ik ben het daar niet mee eens. Waarom?


Eigenlijk is het antwoord simpel: hoogbegaafd, dat ben je, van in de moederschoot tot het einde (tenzij er onderweg iets structureels met je hersenen gebeurt, door een ongeval of ziekte). En dus ook tijdens je peuter- en kleutertijd. Bovendien is het belangrijk dat je een hoogbegaafde kleuter vroegtijdig herkent. Daarover vertel ik je dadelijk meer.


Laten we misschien eerst even kijken naar wat hoogbegaafdheid nu precies is. Nu ja, precies… dat is dan weer niet zo simpel. Er zijn immers door de jaren heen ettelijke definities en modellen geformuleerd, die hoogbegaafdheid trachten te verklaren of te omschrijven. Of beide.


Eén van die theorieën stelt hoogbegaafdheid voor als het vlak waar hoge intellectuele capaciteiten, een sterke gedrevenheid of passie voor onderwerpen die je interesse wegdragen en een groot creatief denkvermogen elkaar overlappen.



Model van Mönks op basis van model van Renzulli (1985)


Die hoogbegaafdheid of het hoogbegaafde gedrag wordt daarbij beïnvloed door de school, vrienden of ontwikkelingsgelijken en het gezin waarin een kind opgroeit.


Een tweede model dat ik graag gebruik, wanneer ik met ouders over hoogbegaafdheid praat, is het onderstaande model van Jan Kuipers.



Jan Kuipers, 2010


Kuipers stelt dat aanleg om snel te leren en te denken enerzijds en het leveren van goede prestaties anderzijds niet perse hand in hand gaan. Je aanleg kan enkel tot bloei komen, door er ook wat mee te doen: nieuwe vaardigheden te leren, kennis op te doen, te oefenen. Stel dat bijvoorbeeld Mozart, die in aanleg een muzikaal genie was, nooit met noten, partituren en instrumenten in aanraking was gekomen en geen muziekonderwijs had gehad, dan zouden wij het nu waarschijnlijk zonder een aantal prachtige muziekstukken hebben moeten stellen. Je hebt dus een leerproces nodig om je aanleg te ontwikkelen.


Dat leerproces ondervindt positieve of negatieve invloed van factoren binnen in jezelf (doorzettingsvermogen, flexibiliteit, concentratie, zelfvertrouwen, mindset…) en factoren vanuit je directe omgeving (je ouders, leerkrachten, medeleerlingen, bepaalde gebeurtenissen in je leven, aangepaste leerstof…).


Meer dan enkel erg slim zijn


Je merkt dus dat hoogbegaafdheid heel wat meer is dan enkel hoge cognitieve capaciteiten, dan enkel snel leren en denken of een hoog IQ-resultaat. Minstens even belangrijk is het creatieve denken: komt een kind met meer dan één en vaak ongewone maar inventieve oplossingen? Legt het veel en uitzonderlijke verbanden? Bekijkt het de dingen van verschillende kanten? Speelt het met woorden en maakt woordgrapjes?


Vb.: Jasper (6) hoort een verhaal over misdienaars. Dit is voor hem een nieuw woord. Achteraf vertelt hij uitvoerig over de “foute bedienden”.

Imre (2) heeft het over zwart-roze. Ze bedoelt “paars”.

Of de kleuter die met het mopje van de mummie komt aanzetten. “Ken je het? Ik ook niet, want het is te ingewikkeld”.


Daarnaast zie je ook dat hoogbegaafde kinderen zich erg gedreven en gepassioneerd op onderwerpen kunnen storten, wanneer die hun interesse wegdragen. Een kleuter die planeten ademt, of echt alles weet over dinosaurussen (om maar meteen enkele cliché’s te noemen). Hypergeconcentreerd en met volle overgave spitten ze hun passie (van dat moment) uit tot op het bot. Daarbij hoeft het overigens niet altijd om typische onderwerpen te gaan. Of ze zijn breed nieuwsgierig en hebben een olifantengeheugen. Het hoeven ook geen boekenwurmen te zijn, of kleine Einsteins. Je ziét het vaak niet op het allereerste gezicht.


Hoogbegaafd = hooggevoelig


Een ander, en vaak onderbelicht, aspect van hoogbegaafdheid is (prikkel)hooggevoeligheid. Vaak wordt dit verward met regulatie- of sensorische integratiemoeilijkheden en daarom zijn ook de meningen over de vraag of dit aspect nu al dan niet typisch is voor hoogbegaafdheid, verdeeld. Ik ben van mening dat alle hoogbegaafde kinderen ook een verhoogde opname en intenser aanvoelen van externe en interne prikkels kennen én dat ze doorgaans die prikkels ook sneller verwerken. Al kan het bij dat laatste soms minder vlot lopen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij sensorische integratiemoeilijkheden of regulatieproblematiek (waarmee je overigens nog steeds perfect hoogbegaafd kan zijn). Met andere woorden: hoogbegaafde kinderen pikken veel meer op vanuit hun omgeving en uit zichzelf, en gaan daar – doorgaans – sneller en uitgebreider mee aan de slag.


Twee onderzoekers die zich met dit thema hebben beziggehouden en baanbrekende theorieën hebben geformuleerd, zijn de Poolse psychiater Kazimierz Dabrowski (1902-1980) en zijn medewerker, dr. Michael Piechowski. Zij stelden vast dat hoogbegaafden een verhoogde prikkelhooggevoeligheid vertonen op o.a. psychomotorisch, sensorisch, intellectueel, creatief en emotioneel vlak. Dit zijn kinderen die bijvoorbeeld graag wiebelen wanneer ze geconcentreerd met iets bezig zijn, communiceren met hun hele lichaam of onrustig worden wanneer de dingen te traag gaan, die erg kunnen genieten van geluiden, smaken, geuren, aanrakingen, kunst …, maar tegelijk ook sneller last kunnen hebben van die gevoeligheid (etiketjes in de kledij, lawaai, ruis, drukte, licht …). Hoogbegaafde kinderen staan in principe op alle vlakken intenser in het leven. Niet elk hoogbegaafd kind toont die prikkelgevoeligheid overigens ook aan de buitenkant, of is er zich zelfs van bewust.


Hoogbegaafdheid of ontwikkelingsvoorsprong?


Zoals ik in de inleidende alinea al schreef, spreken veel deskundigen ter zake bij kleuters doorgaans niet van hoogbegaafdheid, maar van een ontwikkelingsvoorsprong. Als reden daarvoor halen ze aan dat het jonge brein zich in sprongen ontwikkelt, waardoor een formele meting nog meer dan anders een momentopname is. Daarbij ga je echter uit van een IQ-test als doorslaggevende parameter. En zoals ik eerder aangaf, is hoogbegaafdheid zoveel complexer dan dat en niet (altijd) zomaar in een getal te vatten.


Wanneer ik in de praktijk een kleuter zie, die dadelijk alles heeft gezien of actief de ruimte gaat verkennen, pertinente vragen stelt over wat ie opmerkt of me met een kritische blik aankijkt, met het aangeboden spelmateriaal op een originele manier aan de slag gaat, daarbij hier en daar een kwinkslag of spitsvondige woordspeling maakt en originele verbanden legt, en (of) wanneer de ouders van dit kind me een verhaal vertellen dat een aantal typische signalen bevat (ze laten zich immers niet altijd zomaar zien aan vreemden), dan weet ik doorgaans vrij snel of ik te maken heb met een hoogbegaafde denk- en leerstijl. Uiteraard geeft een IQ-test, wanneer die deskundig wordt afgenomen door iemand die voldoende kennis heeft van en ervaring met hoogbegaafdheid, een vollediger beeld, waarin ook de specifieke sterktes en aandachtspunten duidelijk naar voor komen. Die informatie kan erg belangrijk zijn om het kind op een gepaste manier te begeleiden, of alleen al te begrijpen. Maar voor de hoogbegaafdheid zelf zie je vaak al bij erg jonge kinderen behoorlijk wat aanwijzingen, zelfs in de babytijd.


Hoogbegaafd of ontwikkelingsvoorsprong: zelf gebruik ik bij jonge kinderen beide termen een beetje door elkaar, en ik schrik er dus alleszins niet voor terug om ook bij kleuters over hoogbegaafdheid te spreken. Meer nog: wanneer een kind dat op erg jonge leeftijd duidelijk voorliep op zijn leeftijdsgenootjes en dat later niet meer doet (vaak zodra het naar de kleuterschool begint te gaan), dan stel ik me vragen. Dat is namelijk vrijwel altijd een teken dat dit kind zich begint aan te passen. En dat kan vroeg of laat leiden tot welzijns-, motivatie-, gedrags- en zelfs leerproblemen … Ga je strikt uit van het begrip ontwikkelingsvoorsprong, dan heb je vaak een heel ander gedachte- en verwachtingspatroon (“Tja, hij maakte op een gegeven moment alleen maar een paar grote sprongen; niks aan de hand verder”) dan wanneer je van in het begin de hoogbegaafdheid herkent en snel ziet wanneer het dreigt mis te lopen.


Uiteraard gaat het daarbij niet zozeer om het feit dat een kleuter zou moeten presteren, maar om het welzijn van die kleuter, het gevoel erbij te horen in een bepaalde omgeving (i.c. de school) en je geen vreemde eend in de bijt te voelen omdat je anders naar de dingen kijkt en andere leernoden hebt. Bovendien loopt een hoogbegaafd kind dat niet vroegtijdig (h)erkend wordt, het risico op verkeerde diagnoses. Stel je immers voor dat je voortdurend dingen te horen krijgt, die je al lang weet of kent; dat je ontzettend nieuwsgierig bent naar een bepaald onderwerp, maar dat niet in de klas aan bod komt; dat de juf of meester verwacht dat je gewoon meedoet met de rest en dat hij of zij ook niet meer van je verwacht; dat je voortdurend verkeerd begrepen wordt door je klasgenootjes en jij hen op jouw beurt eigenlijk ook niet echt begrijpt… je zou je voor minder ongeduldig, clownesk, stil, druk, onzelfzeker, teruggetrokken gaan opstellen. De kans dat dit gedrag verkeerd wordt geïnterpreteerd (zelfs door specialisten) is allerminst denkbeeldig.


Hoogbegaafdheid is een pervasieve persoonsontwikkeling: het heeft betrekking en invloed op het totale zijn en de gehele ontwikkeling van een kind. Hoogbegaafheid gaat niet alleen om (veel) sneller dan gemiddeld kunnen denken en leren, en al helemaal niet om “beter” zijn dan anderen. Hoogbegaafde kinderen staan fundamenteel anders in het leven dan normaal begaafde kinderen. Ze nemen meer en intenser waar en verwerken sneller en dieper. Ze zijn kritischer, kennen een groter rechtvaardigheidsgevoel (ook al kan dat bij een kleuter perfect vooral op de eigen verlangens en leefwereld slaan) en hebben meer behoefte aan kaderen, zingeving, autonomie bij het leren en verbondenheid met wat ze doen en hun omgeving.


Voor hen is erkenning en vervulling van deze noden een basisbehoefte.


***

 

“Hoogbegaafdheid betekent een hoger niveau van bewustzijn, grotere sensitiviteit, een groter vermogen tot het begrijpen van waarnemingen en het omzetten daarvan naar intellectuele en emotionele ervaringen” (Annemarie Roeper, 2010)


““Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren. ” (Delphi Model, gezamenlijk geformuleerd door 20 hoogbegaafde experts op het gebied van hoogbegaafdheid)

 

Meer lezen?

Amend, E.R., DeVries, A.R., Gore, J.L. & Webb, J.T, (2013). De begeleiding van hoogbegaafde kinderen. Assen: Van Gorcum.

Van Gerven, E. (2002). Zicht op hoogbegaafdheid. Handboek voor leerkrachten in het basisonderwijs. Utrecht: Lemma.

Lammers Van Toorenburg, W. (2011). Hoogbegaafd, nou én? Amsterdam: Samsara

Daniels, S. & Piechowski, M. (2009). Living with Intensity. Tucson: Great Potential Press

Althuizen, M., de Boer, E. & van Kordelaar, N. (2015). Een andere kijk op hoogbegaafdheid. Amsterdam: SWP

 

Categorieën: Geen

Plaats een reactie

Oeps!

Oops, you forgot something.

Oeps!

De woorden die je hebt ingetypt komen niet overeen met de opgegeven tekst. Probeer het nogmaals.

0 reacties