De Talentenhaven

Véronique Minnebo - Begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren
Antwerpen (Berchem)

Blog

In dit blog schrijf ik regelmatig over hoogbegaafdheid, mijn werk, dagelijkse ervaringen, mijn gezin en andere hersenspinsels.

Veel leesplezier!


overzicht:  volledig / samenvatting

Gediplomeerd!

Geplaatst op 10 oktober, 2018 om 3:15 Comments reacties (9)


Voor ik bijna vijf jaar geleden startte met De Talentenhaven, volgde ik een formele opleiding tot expert hoogbegaafdheid bij Hoogbloeier.

Sabine Sypré, toen nog de drijvende kracht achter Hoogbloeier (intussen nam ze afscheid en begon een dubbeldoctoraat rond hoogbegaafdheid aan de KUL en de UGent) en ik kennen mekaar al heel lang, van lang voor onze beide praktijken. Ergens in 2013 voelde ik dat het voor mij tijd was om een andere weg in te slaan, en polste ik bij Sabine of zij mogelijkheden zag. Zij was toen al een viertal jaar bezig met Hoogbloeier. Blijkbaar was ik niet de enige, en we startten met een kleine groep in de pilootversie van wat nu de basis-, verdiepings- en expertopleidingen zijn. Dat was dus in 2014 en het begin van een boeiend avontuur.

 

Maar een officiële diplomering was er dus nog nooit van gekomen. Tot vorig weekend (6 oktober 2018 ). Tijdens een plechtig moment werd mij en alle anderen die ooit de opleiding bij Hoogbloeier met goed gevolg hadden voltooid, dit mooie diploma uitgerijkt. Ik ben er erg blij mee en trots op!

Stimuleer je creativiteit: doe even niks (nuttigs).

Geplaatst op 6 september, 2018 om 6:20 Comments reacties (0)


Hoogbegaafden worden geacht erg creatief te zijn in hun denken en doen. En dus creatief te produceren. De laatste tijd wrong daar bij mij het schoentje. Dat creatieve produceren leek er niet zo erg meer van te komen. Althans niet op vlakken waar het er toe deed, en dan met name: mijn werk.


Ik zat duidelijk in een dipje. Wel voortdurend bezig, maar zonder dat er veel concreets, laat staan creatiefs uit mijn handen kwam. Wat uiteraard tot onrust en een soort schuldgevoel leidde. Een vicieuze cirkel, wie kent ‘m niet…


Tijd om daar wat aan te doen… Maar hoe kon ik dit keren? Mijn brein draaide overuren, de lijstjes, neergekrabbelde losse ideeënfladders, droedels… vulden stilaan mijn bureau. En mijn hoofd. Nog meer. Tot het overliep en ik als een kip zonder kop.


Toen nam ik een gedurfde beslissing…


Ongegeneerd sloot ik bijna een hele maand de praktijk en besliste er helemaal niet mee bezig te zijn. Ik trok de bergen in, want daar ben ik graag. Zonder vakliteratuur (nee, ik lieg, ik had ze mee, maar ze is ongeopend in mijn tas blijven zitten), zonder de af te werken scriptie, zonder laptop… Schaamteloos las ik detectives, maakte lange wandelingen, boekte een massage, probeerde de prachtige omgeving in aquarellen te vatten, at, dronk en babbelde uren in goed gezelschap, stond soms vroeg op om met een koffie op het terras te zitten dagdromen en de natuur in alle facetten in mij op te nemen (de geuren en kleuren, ik zeg het u, zijn zalig…;))


Terug thuis zette ik dit tempo en deze mate van niets-nuttigs-doen verder.


Het voelde heerlijk. Ik kwam tot rust en terug met de voeten op de grond. Een kop op de nek.


En stillaan, zonder dat ik met iets zogenaamd nuttigs was bezig geweest, voelde ik de goesting en de creatieve flow terug komen. De vage ideeën kregen helder vorm. Wat ik wilde en moest doen, de weg die voor mij nu best paste, kondigde zich haarscherp aan.


En het werd me duidelijk: er was tevoren te weinig creatieve input geweest. En dus kon er ook geen output komen… In mijn creatieve tank zat gewoon te weinig brandstof.


Om in een flow te raken, hebben we die input, de stimulatie hard nodig. Maar als je er actief achteraan gaat, ontglipt ie je. Wanneer we creatief denken, werkt ons brein als het ware ongestuurd. Zonder focus. Divergent. Het doet zijn eigen zin. En daarom is echte vrije tijd, waarin we de controle over ons denken loslaten, zo belangrijk, ook om mentaal gezond te blijven. Dagdromen, genieten van een massage, een wandeling of een bad, een boek lezen dat je fantasie prikkelt, sporten, tekenen, breien… Even de geest en de ziel in de hangmat laten schommelen.


Probeer het uit!


Zoek je eigen recept en kijk wat er gebeurt.


creatieve stimulatie + ontspanning + fantasie + dagdromen + activiteit = creatieve ontbranding


Zorg voor je dagelijkse ideale portie


En geniet ervan!




Pleidooi voor zachtheid

Geplaatst op 6 september, 2018 om 5:35 Comments reacties (0)

Hoogbegaafde, hoogsensitieve mensen zijn onnoemelijk waarde(n)- en betekenisvol voor de huidige en toekomstige wereld.
Als kinderen kunnen ze de leiders en maatschappelijk vormgevers van morgen zijn.
Laten we ze helpen opgroeien tot milde, zachte, nieuwsgierige, open, flexibele, volhardende, wijze mensen.
We zullen ze hard nodig hebben...

Mijn kind is hoogbegaafd... en wat met mij? 7 tips die je het evenwicht in je gezin helpen terug te vinden

Geplaatst op 5 september, 2018 om 4:45 Comments reacties (0)

De ontdekking dat je kind hoogbegaafd is, doet wat met je, als ouder én als mens. Mogelijk had je al langer een vermoeden, maar toch kan de bevestiging je overweldigen en heel wat vragen oproepen. Bij een degelijk begaafdheidsonderzoek door een deskundige in hoogbegaafdheid, zal die laatste al heel wat onduidelijkheid wegnemen en vragen beantwoorden: welke stappen kun je zetten om je kind zo goed mogelijk te begeleiden op weg naar ontplooiing en zelfbewustzijn? Wat kan de school doen? Waar vind je ontwikkelingsgelijken en boeiende activiteiten? Wat kun je zelf doen als ouders? Deze en andere belangrijke vragen komen aan bod tijdens een adviesgesprek met het onderzoeksbureau. Vaak kun je ook op de deskundigen rekenen om de communicatie met de school mee te voeren en samen te denken over het leerproces van je kind.

Hiermee ben je in de eerste periode na het onderzoek wel zoet. Maar na verloop van tijd begint het soms te knagen: de opluchting omdat je weet wat er aan de hand is, ebt wat weg. Oplossingen blijken niet altijd even evident, en het etiket hoogbegaafd blijkt ook geen toverstaf of wondermiddel. Bepaalde trekken van je hoogbegaafde kind kun je misschien niet meteen rijmen met hoogbegaafdheid. Je hoorde misschien al wat over de typische asynchrone ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen, maar wat betekent dat nu concreet, hier, voor jouw kind? En vanwaar al die hoogoplopende emotionaliteit, plots, ook bij jezelf? Waarom lijkt je gezin zo vaak in woelig vaarwater te verkeren, en hoe moet je daarmee omgaan?

Soms krijg je ook een glasheldere spiegel voorgehouden door de interactie met je kind. Puzzelstukjes vallen, maar niet altijd meteen op de juiste plaats. Oud zeer kan plots in alle hevigheid naar boven komen: “hadden mijn eigen ouders toen maar geweten…” Schuldgevoel steekt de kop op: je wil het zo ontzettend goed doen, je hebt ook zoveel gelezen over hoogbegaafdheid, hoogsensitiviteit… en toch lijkt het vaak zo moeizaam of chaotisch te lopen en krijg je niet voldoende grip op de dynamiek in je gezin.

Natuurlijk loopt het vaak ook gewoon goed en rustig, en gelukkig maar! Maar toch zie ik in mijn praktijk vaak ouders aankloppen, die in dit hele verhaal zichzelf wat zijn kwijtgeraakt of worstelen met de (h)erkenning. Dat de buitenwereld regelmatig klaarstaat met een mening, die niet aansluit bij wat je zelf ziet en voelt, helpt natuurlijk niet om je zelfvertrouwen en evenwicht terug te vinden. Nochtans is jouw rol als ouder in de ontwikkeling van een kind van ontzettend groot belang om je kind zich veilig te laten hechten, tot bloei komen en zijn of haar potentieel waar te maken. En je hebt ook de kracht in je om dat te doen. Je bent er evolutionair toe voorbestemd.

Daarom raad ik ouders ook altijd aan om zichzelf, als ouder én als mens te leren kennen, begrijpen, waarderen en met mildheid te bejegenen. Vaak valt de appel immers niet ver van de boom, en blijken perfectionisme, een (te) hoge lat voor je eigen ouderschapskwaliteiten, gepaard met een grote intensiteit en gevoeligheid de woelige golven in je gezin mee in beweging te brengen en houden.

Volgende 7 tips kunnen je helpen de kracht in jezelf aan te boren en het evenwicht in je gezin te herstellen.

  1. Besef dat hoogbegaafdheid meer is dan enkel een hoge intelligentie. Hoogsensitiviteit, intensiteit, een kritische ingesteldheid, een groot gevoel voor rechtvaardigheid, gedrevenheid en creativiteit, maar ook een asynchrone ontwikkeling… horen net zo goed tot het plaatje. Dat betekent dat het met jouw kind inderdaad sneller kan knetteren dan bij anderen.
  2. Wees je bewust van die appel en de boom. Hoogbegaafdheid kent ook een sterke genetische factor. Dat betekent dat je de eigenschappen van je kind mogelijk ook bij jezelf en/of je partner herkent. En misschien ook bij je andere kinderen.
  3. Kijk in de spiegel die je kind je voorhoudt, maar laat het beeld niet vervormen. Neem wat afstand van wat je ziet. Focus niet enkel op minder fraaie details, maar zie het totaalplaatje: zowel jij als je kind zijn meer dan enkel de hoogbegaafdheid. Of de fouten die je maakte. Trouwens: uit fouten kun je leren. Altijd.
  4. Maak ook eens een foto van je gezin: waar sta jij als ouder? En je partner? Welke rol(len) neem je in? Ben je daar tevreden mee? Neem je die positie bewust in of gaat het eerder om vast(geroest)e gewoontes? En hoe kun je bijsturen waar nodig?
  5. Jij als ouder (datzelfde geldt natuurlijk voor je partner) bent de belangrijkste volwassene in het leven van je jonge kind. Dat betekent dat jij de grenzen stelt. Die heeft een kind namelijk nodig om veilig op te groeien. Welke grenzen en hoe statisch die zijn, dat bepalen voor een groot deel jullie, de ouders. Uiteraard kun je je daarbij laten adviseren door de buitenwereld. Maar durf bepaalde, zogenaamd vaststaande opvoedregels “uit de boekjes” om te denken en aan te passen, of zelfs overboord te gooien, in functie van je gezin en je kind, zonder je te druk te maken over hoe anderen daarover denken. Vergeet ook niet, waar mogelijk, naar je kind te luisteren: misschien heeft ie wel goede argumenten om een regel bij te sturen?
  6. Een kind leert op de lange duur niet zoveel van externe straffen of beloningen. Dat geldt bij uitstek voor hoogbegaafde kinderen. Bovendien zijn net zij vaak al heel jong in staat om hun aandeel in een situatie te her- en erkennen en daarover na te denken, en willen ze het echt graag goed doen. Wanneer een (jong) kind moeite heeft met emotieregulatie (het sturen van je emoties en de manier van uiten), probeer de situatie dan tijdig te ontmijnen door je kind af te leiden. Opteer liever voor een “time-in” dan een “time-out” en wanneer het je echt even te veel wordt, stap dan liever zelf uit de situatie. Soms kan dat enkel door letterlijk tot 10 (of 20 of 100) te tellen en rustig in en uit te ademen. Je zal merken dat, eens de angel eruit, dingen vanzelf tot rust komen en niet zo erg blijken als je dacht. Achteraf, wanneer de gemoederen zijn bedaard, kun je samen uitzoeken wat er achter het gedrag van je kind schuilging.
  7. Je bent een mens. Mensen zijn niet perfect en maken fouten. Uit fouten kun je leren. Bovendien heb je het beste voor met je kind. Relax. Wees mild voor jezelf, geef jezelf af en toe een schouderklopje en gun jezelf ook wat. Kijk naar de mooie momenten met je hoogbegaafde kind, geniet van zijn humor en creativiteit. Geniet van je gezin. Speel en lach samen en laat die perfecte boel voor wat ie is. Goed genoeg is heus genoeg.

In De Talentenhaven verwelkom ik graag ouders van hoogbegaafde kinderen, die op zoek zijn naar meer evenwicht in hun gezin, handvatten om hun rol als ouder terug stevig in de hand te nemen, zichzelf beter willen leren kennen en begrijpen en die de mogelijke eigen hoogbegaafdheid ontdekken en daar wat mee willen doen. Samen gaan we op zoek naar de kracht die je in jezelf hebt, als (hoogbegaafde/hooggevoelige) ouder én mens. We onderzoeken de dynamiek in je gezin en de plaats die jij daarin inneemt. In gesprek en aan de hand van allerhande oefeningen (gericht op ontspanning, zelfreflectie, creativiteit…;) halen we (kern)overtuigingen en patronen naar boven en stellen die in vraag. Uiteindelijk vertrekken ouders weer met een koffer vol nieuwe inzichten, praktische instrumenten, zelfvertrouwen en –waardering naar het gezin.

Ben je benieuwd naar mijn aanbod, wil je meer informatie of eens kennismaken en kijken hoe ik jou op weg kan helpen? Neem dan gerust en vrijblijvend contact met me op via [email protected]! Neem hier alvast een kijkje voor meer informatie over de oudercoaching!

Volg je De Talentenhaven al op Facebook?

Gun jezelf rust, een ander trapt voor jou niet op de rem.

Geplaatst op 5 september, 2018 om 3:55 Comments reacties (0)

Als hoogbegaafde ben je ook hoogalert, hoogbewust en hoogsensitief. Dat betekent dat je meer prikkels dan gemiddeld waarneemt en die ook dieper verwerkt.

Je legt ook meer en sneller verbanden, wat weer extra, interne prikkels oplevert.

Voor dat hele proces is tijd nodig.

Tijd waarin je relatief minder of andere, rustgevende prikkels ervaart.

Hersteltijd.

Daar ben je je maar beter van bewust, zodat je begrijpt dat dit normaal is, je die tijd ook écht nodig hebt om fysiek en mentaal gezond te blijven en je die nood vervolgens zelfbewust aan anderen kunt communiceren.

Op stressvolle momenten (wanneer je dus in feite dreigt overprikkeld te raken) kun je anticiperen door voldoende veerkracht op te bouwen.

En voldoende hersteltijd in te plannen:

Reserveer 10 minuten per uur voor recuperatie en minstens 30 minuten per dag voor jezelf. Markeer die tijd als niet onderhandelbaar. 1 dag per week vrij van plannen is eveneens geen overbodige luxe.

Dit geldt voor volwassenen, maar ook voor kinderen.

Hoe je ontprikkelt, verschilt van mens tot mens. Soms zijn - en dat lijkt paradoxaal - meer maar andere, vb sensorische prikkels nodig: geuren, muziek of white noise, bepaalde texturen of een zwaarder deken, een boek, tv-programma of Game... Anderen hebben complete stiltetijd nodig.

Die recuperatietijd nemen, is belangrijk.

Gun jezelf die keuze.

Hoogbegaafd, dat ben je voor het leven.

Geplaatst op 19 januari, 2016 om 19:00 Comments reacties (2)

Wanneer een hoogbegaafd kind opgroeit, is het nog steeds hoogbegaafd. Er zijn dus heel wat hoogbegaafde volwassenen rondom ons. En hoewel we misschien leren omgaan met de typische prikkelhooggevoeligheden, die bij hoogbegaafdheid horen, verdwijnen ze niet. Ik ben er zelfs van overtuigd dat asynchrone ontwikkeling nooit volledig in evenwicht raakt.


Zelf bezit ik alle 5 de klassieke prikkelhooggevoeligheden. En nog steeds in behoorlijk hoge mate. Daarbij omschrijf ik mezelf ook als multipotentieel; dat betekent dat ik goed ben in heel wat zaken, maar naar eigen aanvoelen, nergens echt in uitblink (al kan dat laatste ook mee liggen aan die hoge lat die ik voor mezelf leg).


Mijn prikkelhooggevoeligheden moet ik voortdurend, en naarmate de tijd verstrijkt zelfs meer, lijkt wel, in het oog houden. Ik raak immers erg snel overspoeld, vooral sensorisch. En dus moet ik de prikkels die ik toelaat of opzoek, in evenwicht proberen te houden en structureren. Ik leer ontzettend graag nieuwe dingen, en spring nogal van de ene interesse naar de andere, waardoor betrokken blijven bij een taak en ze afmaken, wel eens een uitdaging durft te zijn (mijn bureaulade ligt vol geweldige ideeën en half afgewerkte projecten). Bewegen wanneer ik met iets anders bezig ben, gebeurt automatisch. Dat helpt me om helder te denken en mijn focus te houden. Een telefoongesprek gaat vaak met ijsberen gepaard en wanneer ik lees, ben ik steeds weer ergens aan het frullen. Praten doe ik zowel met mijn mond als met mijn handen. De fantasie waarmee ik als kind hele werelden voor mezelf construeerde, durft nu mijn interpretatie van gebeurtenissen en mijn angsten als waar voor te stellen. Niet bepaald goed voor mijn gemoedsrust…


Om van de emotionele prikkelhooggevoeligheid nog maar te zwijgen. Zie ik een kind, eender welk, optreden, gaan de sluizen open. Vertel me een triest verhaal, of passeer ik een begrafenis: hoppa! Daarvoor hoef ik die mensen niet eens te kennen. Wanneer ik een kamer binnenkom, proef ik de sfeer en andermans emoties kunnen mij compleet neerhalen, alsof het de mijne waren… Dat in evenwicht houden, is hard werken.


En dan heb je nog die asynchroniteit, waarover ik het eerder had. Er zijn momenten, wanneer ik moe ben, of om welke reden ook mijn focus verslapt, dat ik mezelf zie reageren als een peuterpuber, en dat niet kan tegenhouden. Meestal is dat gelukkig een intern proces, zo volwassen ben ik intussen dan wel. Maar ik laat genoeg steken vallen, geloof me vrij. In principe ben ik vrij handig, knutselen, blind typen, noem het, ik doe het zonder verpinken en zonder nadenken. Maar soms blijk ik voor de eenvoudigste handelingen twee linkerhanden te bezitten. Een doos noedels openen, pakweg. In dat volwassen lichaam zit nog steeds een kind verstopt.


Soms vragen mensen me hoe ik de kinderen, zowel die van mezelf als in mijn praktijk, zo goed begrijp. De reden is simpelweg dat ik mezelf nog steeds heel goed in hen herken. Ik heb misschien meer ervaring en maturiteit, bepaalde executieve functies zijn beter ontwikkeld. Ik ben misschien volwassen geworden, maar hoogbegaafd, dat ben ik nog steeds…


Benieuwd naar wat (prikkel)hooggevoeligheid (of de Overexcitabilities, zoals ze in het Engels heten en vaak beter gekend zijn) te maken hebben met hoogbegaafdheid, hoe dat hoogbegaafd denken en zijn beïnvloedt (het maakt er feitelijk essentieel deel van uit) en hoe je daar zowel bij jezelf als je kind mee kunt omgaan?


Kijk op de website naar het aanbod voor ouders!


Véronique

 

Los vertaald, maar helemaal herkenbaar en aangevuld met eigen ervaringen en bedenkingen, van Life With Intensity: Gifted Kids Become Gifted Adults (lifewithintensity.blogspot.be/2014/10/gifted-kids-become-gifted-adults.html)

 

Dabrowski: de positieve desintegratietheorie en prikkelhooggevoeligheden

Geplaatst op 19 januari, 2016 om 7:50 Comments reacties (0)

 

Kasimierz Dabrowski was een Poolse psychiater en psycholoog (1902-1980) die vooral bekend is om zijn “theorie van positieve desintegratie”. Dabrowski onderscheidt 5, op elkaar volgende ontwikkelingsniveaus waarbij de emotionele ontwikkeling de katalysator is om te stijgen naar een volgend niveau. Emotionele ontwikkeling loopt van egocentrisme naar altruïsme via een proces van desintegratie of "uiteenvallen"; vandaar de term "positieve disintegratie".

 

Eigenlijk zegt Dabrowski dat je, om als mens te groeien en op een hoger ontwikkelingsniveau te komen, eerst je bestaande wereldbeeld, referentiekader, visie, gedachten, gedragingen, patronen, gevoelens helemaal moet herbekijken. Ze moeten als het ware afgebroken worden, uiteenvallen en vervolgens terug worden opgebouwd op een manier die meer met je geëvolueerde persoonlijke waarden overeenkomt. Dit proces kan in gang gezet worden door intense ervaringen, schokkende gebeurtenissen of gevoelens, innerlijk conflict enz. Dabrwoski stelt dan ook dat innerlijk conflict, of zelfs neurose niet noodzakelijk negatief hoeft te zijn en niet meteen moet worden “genezen” of rechtgetrokken. Wanneer iemand een dergelijke intense, moeilijke periode, een dergelijk innerlijk conflict doormaakt, bestaat de kans dat hij of zij emotioneel aan het groeien is, of ten minste de mogelijkheid daartoe heeft.


 Aan de basis van uitzonderlijke intensiteit ligt volgens Dabrowski een sterk verhoogde prikkelbaarheid van het centrale zenuwstelsel door stimuli, als gevolg van gevoeligere zenuwuiteinden en snellere synapsen (contacten, communicatie tussen hersencellen).

 

Dabrowski onderscheidt 5 verschillende prikkelhooggevoeligheden (overexcitabilities) die elk al op jonge leeftijd tot uiting komen:


 – Psychomotorische prikkelhooggevoeligheid: grote fysieke energie, gevoelens van rusteloosheid, beweeglijkheid. Dit kan zich uiten als tics, repetitieve bewegingen, ijsberen, met de benen wiebelen, moeilijk kunnen stilzitten, impulsief praten, antwoorden voor de vraag is afgemaakt, zinnen van anderen vervolledigen, ongeduld, taken snel en niet systematisch afwerken, verschillende activiteiten of projecten tegelijk aanpakken enz.


Sensorische prikkelhooggevoeligheid: rijke, intense zintuiglijke ervaringen. Sensorisch hooggevoelige personen kunnen intens genieten van mooie of lekkere dingen. Tegelijk ervaren ze geluiden, licht, geuren, aanrakingen, stoffen, pijn vaak al snel als overweldigend en onaangenaam of zelfs onuitstaanbaar. Dit is het kind dat geen etiketjes in zijn kledij verdraagt, bepaalde voeding niet wil eten omwille van de textuur ervan (brokjes, vezeltjes, sponzig...) of verstijft of opspringt wanneer het wordt geknuffeld of aangeraakt.


Verbeeldende prikkelhooggevoeligheid: kinderen (mensen) met een grote fantasie en drang tot creëren. Dat laatste voelt voor hen vaak aan als therapeutisch, kalmerend. Creëren is vaak een echte noodzaak, die een directe invloed heeft op het welzijn. Ze geven ook wel eens de indruk er met hun gedachten niet bij te zijn, te dagdromen en zijn snel afgeleid door hun omgeving. Vaak beginnen ze enthousiast aan projecten, maar verliezen gaandeweg de interesse (wanneer het nieuwe eraf is). Kinderen met deze prikkelhooggevoeligheid hebben vaak ingebeelde vriendjes, of geven menselijke trekken aan objecten (vb. een naam geven aan een fiets; vork en mes met elkaar laten praten). Bovendien hebben ze de neiging om gebeurtenissen te ordenen volgens aantrekkelijkheid of interesse en niet sequentieel. Ze zijn snel verveeld en gaan dan fantaseren. Soms gaat hun fantasie ook met hen op de loop, en ze zijn dan ook gevoelig voor nachtmerries of specifieke angsten.


Emotionele prikkelhooggevoeligheid is wellicht de meest zichtbare, herkenbare hooggevoeligheid. Dit zijn de mensen die vaak gedreven worden door grote humeurschommelingen, die mekaar bovendien ook vaak snel opvolgen. Hun reacties zijn vaak erg intens en lijken voor een buitenstaander vaak onvoorspelbaar. Dit kan het sociaal functioneren soms (ernstig) bemoeilijken. Anderzijds reageren deze mensen ook buitengewoon enthousiast op fijne gebeurtenissen. Ze zijn doorgaans ook erg gevoelig voor de emoties van anderen en pikken die erg snel op, vaak uit subtiele signalen. Emotionele prikkelhooggevoeligheid is één van de belangrijkste redenen waarom kinderen en volwassenen in therapeutische trajecten terechtkomen.


Intellectuele prikkelhooggevoeligheid wordt gekenmerkt door een voorliefde voor abstract en divergent denken, een grote honger naar informatie en leren, een grote nieuwsgierigheid. Wanneer iets hun interesse wegdraagt, kunnen deze mensen daar helemaal in opgaan en er uren, dagen, weken aan een stuk intens mee bezig zijn. Soms beperken de interessevelden zich tot één of enkele onderwerpen, maar evenzeer ontmoet je wel eens mensen met erg brede, diepgaande interesses. Intellectueel intense mensen snakken naar intellectuele prikkels, verslinden boeken, surfen uren op het internet op zoek naar informatie. Anderzijds hebben ze echter vaak weinig geduld en aandacht voor taken die hen niet boeien, voor in hun ogen overbodige details of structuren. Ze werken soms onnauwkeurig of maken fouten door onzorgvuldigheid.

 

Dabrowski werkte als onderzoeker en psychotherapeut jarenlang met (hoog)begaafde mensen. Hij ontdekte dat ze vaker dan anderen blijk gaven van deze prikkelhooggevoeligheden en intensiteit en dat ze daarbij regelmatig op onbegrip van hun omgeving stootten. Hij zag dit echter niet als uitingen van een psychische aandoening of probleem, maar als een bijzonder vermogen dat mensen in staat stelt om te groeien.


Wanneer bovenstaande beschrijvingen en uitingen van prikkelhooggevoeligheid doen denken aan symptomen van bepaalde veel gediagnosticeerde aandoeningen, dan is dat niet toevallig. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de grens tussen bepaalde aandoeningen en hoogbegaafdheid vaag is en diagnoses achteraf wel eens moeten worden herzien. O.a. Burge (2012) schuift in The ADD Myth: How to Cultivate the Unique Gifts of Intense Personalities (De ADD-mythe: hoe je de uitzonderlijke gaven van intense persoonlijkheden kunt cultiveren) de prikkelhooggevoeligheden naar voor als een betere, complexere beschrijving van intense personen en pleit ervoor om het idee dat deze mensen een beperking of handicap zouden hebben, opzij te zetten. In plaats van te focussen op de remediëring van zwakke punten en tekorten moet men eerder de talenten en sterktes die de prikkelhooggevoeligheden met zich meebrengen, ontwikkelen. In deze benadering krijgt Burge verrassend genoeg grotendeels de steun van de Amerikaanse psychiater en voorzitter van de revisiecommissie van de DSM IV (Handboek van psychiatrische aandoeningen), Dr. Allen Frances.


 

 

 

 

Het debat hierover is volop aan de gang en het stellen van diagnoses moet uiteraard worden overgelaten aan deskundige artsen ter zake, maar de evolutie naar een positievere benadering van diversiteit in zijn en denken kunnen we enkel maar toejuichen.


-------------------

 

Burge, M. (2012). The ADD Myth: How to Cultivate the Unique Gifts of Intense Personalities. San Francisco: Conari Press

Daniels, S & Piechowsky, M. ed. (2009). Living with Intensity. Tucson: Great Potential Press.

The Theory of Positive Disintegration: http://positivedisintegration.com/ , 19/12/2014.

 

 

Slim, dat wel, maar zo chaotisch (ongeduldig/ongeconcentreerd...)

Geplaatst op 2 december, 2015 om 6:35 Comments reacties (0)

Is jouw (hoog)begaafde kind ook voortdurend zijn gymtas kwijt, vergeet het huistaken te maken, kan het wel erg moeilijk tegen verlies of is het snel afgeleid? Dan heeft het mogelijk last van minder sterk ontwikkelde executieve functies.

 Executieve functies zijn herseneigenschappen die kinderen in de loop van hun adolescentie ontwikkelen en die je nodig hebt om goed te functioneren op school en in de maatschappij. Deze functies helpen een kind doelen te bepalen, die doelen ook te bereiken en zijn gedrag in functie van het doel aan te sturen. Het is natuurlijk niet zo dat je deze functies voor je puberteit niet bezit, maar in de adolescentie beginnen ze door te rijpen en kennen ze een ontwikkeling, die pas echt voltooid is rond je 25e…


(Hoog)begaafde kinderen en jongeren kunnen soms problemen hebben met de ontwikkeling van deze vaardigheden, zeker wanneer ze lange tijd onderpresteren, niet voldoende gemotiveerd raken, te veel uitdagingen zien of zich niet voldoende concentreren (wegens verveling of desinteresse). Hierdoor loopt een kind vaak veel oefenmomenten, waarop het die functies kan aanscherpen, mis. En loopt het op een gegeven moment tegen moeilijkheden aan waarmee het zich geen raad mee weet, vaak in de middelbare school of nog later. Op school gaat het mis, het zelfbeeld krijgt een deuk, de relatie met leerkrachten en ouders lijdt onder de voortdurende negatieve opmerkingen…

 

Maar zover hoeft het niet te komen! Wanneer je een beetje op de hoogte bent van hoe het tienerbrein zich ontwikkelt en welke rol executieve functies spelen, kun je ze op tijd bewust gaan oefenen. Dat kan op allerlei manieren, ook speels.


 Hieronder vind je een overzicht van de verschillende executieve vaardigheden en een lijst met spellen en speelgoed die deze op een leuke manier aanscherpen. Wil je nog meer informatie of hulp, neem dan contact op! In De Talentenhaven kan ik jouw kind helpen ontdekken met welke executieve functies het moeite heeft, en hoe die te verbeteren, opdat het aangeboren talent meer kans krijgt om tot uiting te komen, het zelfbeeld terug opgepoetst wordt en je kind zich opnieuw gelukkiger gaat voelen.


 1) De executieve vaardigheden plannen, prioriteren en organiseren stellen je in staat om een plan te bedenken waarmee je een vooraf bepaald doel kunt bereiken of een taak kunt voltooien. Je kunt ook beslissen waarop je je aandacht richt en waarop niet. Je kunt dus hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden. Bovendien ben je in staat om zaken volgens een zelfbedachte structuur te ordenen, bijvoorbeeld door een stappenplan te maken en te volgen en ordelijk met het nodige materiaal om te gaan. Dat begint al bij het uitpakken van het spel en eindigt pas wanneer het netjes weer is opgeruimd.


 

Denkspellen voor één persoon laten vaak bij de eenvoudige opgaven nog toe om puur intuïtief te werk te gaan, maar naarmate de opdrachten complexer worden, helpt het om een strategie te bedenken en vooruit te plannen. Datzelfde geldt voor strategische spellen. Bovendien moet je alleen of samen geordend met het materiaal omgaan: de kaartjes op (logisch geordende) stapeltjes leggen, het speelbord opstellen en de stukken verdelen enz.


 De spellen op deze pagina bieden niet alleen een leuke uitdaging voor (hoog)begaafde kinderen, maar oefenen ook de vaardigheden “plannen, prioriteren organiseren”.

 

2) Taakinitiatie wil zeggen dat je direct, zonder afleiding of uitstelgedrag, efficiënt aan een taak kunt beginnen. Voor sommige kinderen is alleen al het kiezen van een spel of niveau, het klaarzetten en vervolgens ook beginnen te spelen, een hele uitdaging.

 Legpuzzels met veel stukjes en details zijn bijvoorbeeld ook erg geschikt om deze vaardigheid te oefenen: begin je aan de rand of in het midden? Laat je je niet ontmoedigen door de grote hoeveelheid stukjes of de details op de voorbeeldplaat? Ontdek hier spellen en puzzels die vragen dat je er gewoon aan begint!


 3) Reactie-inhibitie is het vermogen om je reactie in te houden en eerst na te denken alvorens te doen, te reageren. Je beoordeelt een situatie eerst en denkt na over de consequenties van je mogelijke reactie. Deze executieve vaardigheid helpt je bij het focussen en je impulsiviteit te beheersen. Ook emotieregulatie komt hier kijken: Kun je het hoofd koel houden wanneer het je niet meezit of je het spelletje dreigt te verliezen? Hoe gedraag je je als winnaar? Hoe zorg je ervoor dat anderen ook een volgende keer nog met jou willen spelen?

 

Bij de spellen die je op deze pagina vindt, is het belangrijk dat je niet zomaar in het wilde weg begint, dat je de spelregels kent en volgt, goed kijkt naar het materiaal en het doel. Bovendien moet je bij gezelschapsspellen ook op je beurt wachten en er rekening mee houden dat de briljante zet die je in gedachten had, misschien niet meer mogelijk is wanneer jij aan de beurt bent...

 

4) Je werkgeheugen of je korte-termijngeheugen heb je nodig om informatie te verwerken. Met je werkgeheugen haal je op het juiste moment de juiste informatie uit je lange-termijngeheugen (je herinneringen). Wanneer je leert of een complexe opdracht uitvoert, manipuleer je die informatie, leg je nieuwe kennisstructuren aan en breid je zo je kennis uit. Door je werkgeheugen te trainen ben je in staat om eerder geleerde ervaringen, vaardigheden, oplossingsstrategieën in nieuwe situaties toe te passen. Bovendien vergemakkelijk je het terughalen, de bereikbaarheid van kennis. Werkgeheugen is een belangrijke factor bij leren, en heeft een grote impact op hoe je op schoolse taken presteert.


 

Wanneer je een spel speelt, moet je natuurlijk het doel van het spel voor ogen houden. Bij logische denk- en strategiespellen is het handig wanneer je verschillende zetten in gedachten kunt houden en voorbereiden. Wanneer je bij een denkspel vastloopt, en je weet nog van welke eerdere stappen je zeker was, hoef je niet helemaal opnieuw te beginnen. Bovendien moet je bij bepaalde spellen ook weten welke stukken je op welke manier mag verplaatsen, en wie er aan de beurt is. Kijk hier voor spellen die een beroep doen op je werkgeheugen!

 

5) Volgehouden aandacht en doelgericht gedrag betekent dat je voor jezelf een doel stelt en vervolgens doorwerkt aan een taak en ze afmaakt, ondanks afleiding, tegenvallers, verveling…

 

Maak je een opdracht de eigenlijk te gemakkelijk is, ook af? En een moeilijke opdracht? Zet je door wanneer het spel niet loopt zoals je had verwacht of gepland? Het is immers niet leuk voor de andere spelers als je midden in het spel stopt. Volgehouden aandacht en doelgericht gedrag heb je nodig om een spel uit te spelen en om door te zetten wanneer het niet meteen goed lukt. Denkspellen (vooral de moeilijkere niveaus) en gezelschapsspellen nodigen uit om je hierin te oefenen.

 

6) Time-management stelt je in staat om de beschikbare tijd in de gaten te houden en die tijd efficiënt en effectief te gebruiken. Je kunt dus inschatten hoeveel tijd er nog overblijft, hoe je die tijd indeelt en hoe je je aan een tijdslimiet kunt houden.

 

Hier vind je enkele spellen met een tijdslimiet, waarbij je dus tijdens elke beurt onder tijdsdruk staat. Daarnaast kun je natuurlijk ook oefenen met Time Management door het juiste spel te kiezen afhankelijk van de beschikbare tijd: heb je even een kwartiertje vrij tussen twee andere bezigheden door? Dan kies je best geen spel waarbij het klaarzetten alleen al 10 minuten in beslag neemt.


Een visueel duidelijke timer kan helpen om de beschikbare tijd in het hoog te houden en tijdsbesef aan te scherpen, zeker bij kinderen met een voorkeur voor een visuele denkstijl (zogenaamde beelddenkers). Klik hier voor een digitale timer.


7) Soms lopen de dingen niet volgens plan. Dankzij de executieve vaardigheid Flexibiliteit kun je inspelen op verander(en)de omstandigheden en situaties en je werkwijze indien nodig aanpassen, bijvoorbeeld wanneer er onverwachte belemmeringen opduiken, je nieuwe informatie krijgt of fouten maakt. Bij coöperatieve spellen zul je ook met je medespelers moeten kunnen samenwerken om het spel uit te spelen, en dat betekent dat je soms het idee van de ander moet volgen. En misschien had je bij een strategisch spel net een geweldige zet in gedachten, maar strooit je tegenspeler roet in het eten. Oefen jezelf in flexibiliteit met deze spellen!


 8 ) Metacognitie betekent dat je nadenkt over je gedrag, je handelen en kunt beoordelen of het effectief is in de gegeven situatie. Metacognitie kun je bij elk denk-, strategie- of reactiespel oefenen. Hier vind je een reflectieformulier met vragen, die jou bewust maken van je denkwijze, spelstrategie, omgang met moeilijkheden en tegenslag, gevoel bij het spel enz. Dit reflectieformulier kan ook worden ingezet in de (kangoeroe/plus)klas als neerslag van het leer- en denkproces bij de inzet van spelletjes.

 

De Talentenhaven


Meer informatie en ideeën:  

Buyssen-Duran, Y. (2013). Talent-vaardig. Methode voor het aanleren van vaardigheden bij (hoog)begaafde kinderen. Roosendaal: Praktijk Hoogbegaafd Roosendaal.

 

Dawson, P. & Guare, R. (2010). Executieve functies bij kinderen en adolescenten. Een praktische gids voor diagnostiek en interventie. Amsterdam: Hogreffe.

 

Dawson, P. & Guare, R. (2012). Coachen van kinderen en adolescenten met zwakke executieve functies. Amsterdam: Hogreffe.

 

Dawson, P., Guare, C. & Guare R. (2013). Slim maar… Help adolescenten hun talenten benutten door hun executieve functies te versterken. Amsterdam: Hogreffe.

 

Van Bijsterveld, S. (2014). Denkspellen inzetten in de klas. Drachten: Eduforce.

 

 

 

 


Mag ik mijn kleuter hoogbegaafd noemen?

Geplaatst op 20 oktober, 2015 om 8:20 Comments reacties (0)

Vaak hoor je dat je bij peuters en kleuters nog niet over hoogbegaafdheid kunt spreken, dat je dan uitsluitend van een ontwikkelingsvoorsprong mag spreken. Ik ben het daar niet mee eens. Waarom?


Eigenlijk is het antwoord simpel: hoogbegaafd, dat ben je, van in de moederschoot tot het einde (tenzij er onderweg iets structureels met je hersenen gebeurt, door een ongeval of ziekte). En dus ook tijdens je peuter- en kleutertijd. Bovendien is het belangrijk dat je een hoogbegaafde kleuter vroegtijdig herkent. Daarover vertel ik je dadelijk meer.


Laten we misschien eerst even kijken naar wat hoogbegaafdheid nu precies is. Nu ja, precies… dat is dan weer niet zo simpel. Er zijn immers door de jaren heen ettelijke definities en modellen geformuleerd, die hoogbegaafdheid trachten te verklaren of te omschrijven. Of beide.


Eén van die theorieën stelt hoogbegaafdheid voor als het vlak waar hoge intellectuele capaciteiten, een sterke gedrevenheid of passie voor onderwerpen die je interesse wegdragen en een groot creatief denkvermogen elkaar overlappen.



Model van Mönks op basis van model van Renzulli (1985)


Die hoogbegaafdheid of het hoogbegaafde gedrag wordt daarbij beïnvloed door de school, vrienden of ontwikkelingsgelijken en het gezin waarin een kind opgroeit.


Een tweede model dat ik graag gebruik, wanneer ik met ouders over hoogbegaafdheid praat, is het onderstaande model van Jan Kuipers.



Jan Kuipers, 2010


Kuipers stelt dat aanleg om snel te leren en te denken enerzijds en het leveren van goede prestaties anderzijds niet perse hand in hand gaan. Je aanleg kan enkel tot bloei komen, door er ook wat mee te doen: nieuwe vaardigheden te leren, kennis op te doen, te oefenen. Stel dat bijvoorbeeld Mozart, die in aanleg een muzikaal genie was, nooit met noten, partituren en instrumenten in aanraking was gekomen en geen muziekonderwijs had gehad, dan zouden wij het nu waarschijnlijk zonder een aantal prachtige muziekstukken hebben moeten stellen. Je hebt dus een leerproces nodig om je aanleg te ontwikkelen.


Dat leerproces ondervindt positieve of negatieve invloed van factoren binnen in jezelf (doorzettingsvermogen, flexibiliteit, concentratie, zelfvertrouwen, mindset…) en factoren vanuit je directe omgeving (je ouders, leerkrachten, medeleerlingen, bepaalde gebeurtenissen in je leven, aangepaste leerstof…).


Meer dan enkel erg slim zijn


Je merkt dus dat hoogbegaafdheid heel wat meer is dan enkel hoge cognitieve capaciteiten, dan enkel snel leren en denken of een hoog IQ-resultaat. Minstens even belangrijk is het creatieve denken: komt een kind met meer dan één en vaak ongewone maar inventieve oplossingen? Legt het veel en uitzonderlijke verbanden? Bekijkt het de dingen van verschillende kanten? Speelt het met woorden en maakt woordgrapjes?


Vb.: Jasper (6) hoort een verhaal over misdienaars. Dit is voor hem een nieuw woord. Achteraf vertelt hij uitvoerig over de “foute bedienden”.

Imre (2) heeft het over zwart-roze. Ze bedoelt “paars”.

Of de kleuter die met het mopje van de mummie komt aanzetten. “Ken je het? Ik ook niet, want het is te ingewikkeld”.


Daarnaast zie je ook dat hoogbegaafde kinderen zich erg gedreven en gepassioneerd op onderwerpen kunnen storten, wanneer die hun interesse wegdragen. Een kleuter die planeten ademt, of echt alles weet over dinosaurussen (om maar meteen enkele cliché’s te noemen). Hypergeconcentreerd en met volle overgave spitten ze hun passie (van dat moment) uit tot op het bot. Daarbij hoeft het overigens niet altijd om typische onderwerpen te gaan. Of ze zijn breed nieuwsgierig en hebben een olifantengeheugen. Het hoeven ook geen boekenwurmen te zijn, of kleine Einsteins. Je ziét het vaak niet op het allereerste gezicht.


Hoogbegaafd = hooggevoelig


Een ander, en vaak onderbelicht, aspect van hoogbegaafdheid is (prikkel)hooggevoeligheid. Vaak wordt dit verward met regulatie- of sensorische integratiemoeilijkheden en daarom zijn ook de meningen over de vraag of dit aspect nu al dan niet typisch is voor hoogbegaafdheid, verdeeld. Ik ben van mening dat alle hoogbegaafde kinderen ook een verhoogde opname en intenser aanvoelen van externe en interne prikkels kennen én dat ze doorgaans die prikkels ook sneller verwerken. Al kan het bij dat laatste soms minder vlot lopen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij sensorische integratiemoeilijkheden of regulatieproblematiek (waarmee je overigens nog steeds perfect hoogbegaafd kan zijn). Met andere woorden: hoogbegaafde kinderen pikken veel meer op vanuit hun omgeving en uit zichzelf, en gaan daar – doorgaans – sneller en uitgebreider mee aan de slag.


Twee onderzoekers die zich met dit thema hebben beziggehouden en baanbrekende theorieën hebben geformuleerd, zijn de Poolse psychiater Kazimierz Dabrowski (1902-1980) en zijn medewerker, dr. Michael Piechowski. Zij stelden vast dat hoogbegaafden een verhoogde prikkelhooggevoeligheid vertonen op o.a. psychomotorisch, sensorisch, intellectueel, creatief en emotioneel vlak. Dit zijn kinderen die bijvoorbeeld graag wiebelen wanneer ze geconcentreerd met iets bezig zijn, communiceren met hun hele lichaam of onrustig worden wanneer de dingen te traag gaan, die erg kunnen genieten van geluiden, smaken, geuren, aanrakingen, kunst …, maar tegelijk ook sneller last kunnen hebben van die gevoeligheid (etiketjes in de kledij, lawaai, ruis, drukte, licht …). Hoogbegaafde kinderen staan in principe op alle vlakken intenser in het leven. Niet elk hoogbegaafd kind toont die prikkelgevoeligheid overigens ook aan de buitenkant, of is er zich zelfs van bewust.


Hoogbegaafdheid of ontwikkelingsvoorsprong?


Zoals ik in de inleidende alinea al schreef, spreken veel deskundigen ter zake bij kleuters doorgaans niet van hoogbegaafdheid, maar van een ontwikkelingsvoorsprong. Als reden daarvoor halen ze aan dat het jonge brein zich in sprongen ontwikkelt, waardoor een formele meting nog meer dan anders een momentopname is. Daarbij ga je echter uit van een IQ-test als doorslaggevende parameter. En zoals ik eerder aangaf, is hoogbegaafdheid zoveel complexer dan dat en niet (altijd) zomaar in een getal te vatten.


Wanneer ik in de praktijk een kleuter zie, die dadelijk alles heeft gezien of actief de ruimte gaat verkennen, pertinente vragen stelt over wat ie opmerkt of me met een kritische blik aankijkt, met het aangeboden spelmateriaal op een originele manier aan de slag gaat, daarbij hier en daar een kwinkslag of spitsvondige woordspeling maakt en originele verbanden legt, en (of) wanneer de ouders van dit kind me een verhaal vertellen dat een aantal typische signalen bevat (ze laten zich immers niet altijd zomaar zien aan vreemden), dan weet ik doorgaans vrij snel of ik te maken heb met een hoogbegaafde denk- en leerstijl. Uiteraard geeft een IQ-test, wanneer die deskundig wordt afgenomen door iemand die voldoende kennis heeft van en ervaring met hoogbegaafdheid, een vollediger beeld, waarin ook de specifieke sterktes en aandachtspunten duidelijk naar voor komen. Die informatie kan erg belangrijk zijn om het kind op een gepaste manier te begeleiden, of alleen al te begrijpen. Maar voor de hoogbegaafdheid zelf zie je vaak al bij erg jonge kinderen behoorlijk wat aanwijzingen, zelfs in de babytijd.


Hoogbegaafd of ontwikkelingsvoorsprong: zelf gebruik ik bij jonge kinderen beide termen een beetje door elkaar, en ik schrik er dus alleszins niet voor terug om ook bij kleuters over hoogbegaafdheid te spreken. Meer nog: wanneer een kind dat op erg jonge leeftijd duidelijk voorliep op zijn leeftijdsgenootjes en dat later niet meer doet (vaak zodra het naar de kleuterschool begint te gaan), dan stel ik me vragen. Dat is namelijk vrijwel altijd een teken dat dit kind zich begint aan te passen. En dat kan vroeg of laat leiden tot welzijns-, motivatie-, gedrags- en zelfs leerproblemen … Ga je strikt uit van het begrip ontwikkelingsvoorsprong, dan heb je vaak een heel ander gedachte- en verwachtingspatroon (“Tja, hij maakte op een gegeven moment alleen maar een paar grote sprongen; niks aan de hand verder”) dan wanneer je van in het begin de hoogbegaafdheid herkent en snel ziet wanneer het dreigt mis te lopen.


Uiteraard gaat het daarbij niet zozeer om het feit dat een kleuter zou moeten presteren, maar om het welzijn van die kleuter, het gevoel erbij te horen in een bepaalde omgeving (i.c. de school) en je geen vreemde eend in de bijt te voelen omdat je anders naar de dingen kijkt en andere leernoden hebt. Bovendien loopt een hoogbegaafd kind dat niet vroegtijdig (h)erkend wordt, het risico op verkeerde diagnoses. Stel je immers voor dat je voortdurend dingen te horen krijgt, die je al lang weet of kent; dat je ontzettend nieuwsgierig bent naar een bepaald onderwerp, maar dat niet in de klas aan bod komt; dat de juf of meester verwacht dat je gewoon meedoet met de rest en dat hij of zij ook niet meer van je verwacht; dat je voortdurend verkeerd begrepen wordt door je klasgenootjes en jij hen op jouw beurt eigenlijk ook niet echt begrijpt… je zou je voor minder ongeduldig, clownesk, stil, druk, onzelfzeker, teruggetrokken gaan opstellen. De kans dat dit gedrag verkeerd wordt geïnterpreteerd (zelfs door specialisten) is allerminst denkbeeldig.


Hoogbegaafdheid is een pervasieve persoonsontwikkeling: het heeft betrekking en invloed op het totale zijn en de gehele ontwikkeling van een kind. Hoogbegaafheid gaat niet alleen om (veel) sneller dan gemiddeld kunnen denken en leren, en al helemaal niet om “beter” zijn dan anderen. Hoogbegaafde kinderen staan fundamenteel anders in het leven dan normaal begaafde kinderen. Ze nemen meer en intenser waar en verwerken sneller en dieper. Ze zijn kritischer, kennen een groter rechtvaardigheidsgevoel (ook al kan dat bij een kleuter perfect vooral op de eigen verlangens en leefwereld slaan) en hebben meer behoefte aan kaderen, zingeving, autonomie bij het leren en verbondenheid met wat ze doen en hun omgeving.


Voor hen is erkenning en vervulling van deze noden een basisbehoefte.


***

 

“Hoogbegaafdheid betekent een hoger niveau van bewustzijn, grotere sensitiviteit, een groter vermogen tot het begrijpen van waarnemingen en het omzetten daarvan naar intellectuele en emotionele ervaringen” (Annemarie Roeper, 2010)


““Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren. ” (Delphi Model, gezamenlijk geformuleerd door 20 hoogbegaafde experts op het gebied van hoogbegaafdheid)

 

Meer lezen?

Amend, E.R., DeVries, A.R., Gore, J.L. & Webb, J.T, (2013). De begeleiding van hoogbegaafde kinderen. Assen: Van Gorcum.

Van Gerven, E. (2002). Zicht op hoogbegaafdheid. Handboek voor leerkrachten in het basisonderwijs. Utrecht: Lemma.

Lammers Van Toorenburg, W. (2011). Hoogbegaafd, nou én? Amsterdam: Samsara

Daniels, S. & Piechowski, M. (2009). Living with Intensity. Tucson: Great Potential Press

Althuizen, M., de Boer, E. & van Kordelaar, N. (2015). Een andere kijk op hoogbegaafdheid. Amsterdam: SWP

 

Waarom automatiseert mijn hoogbegaafde kind niet?

Geplaatst op 9 september, 2015 om 5:25 Comments reacties (2)

Tom is een krak in rekenen en goochelde als kleuter al met getallen. Toch haalt hij zijn tafeldiploma maar niet.


Cima dreunt zonder moeite de spellingregels af, maar wanneer ze vrij schrijft, staat de tekst vol fouten.

Herkenbaar?


Regelmatig zie je hoogbegaafde kinderen die slechts moeizaam tafels of spellingregels automatiseren. Uiteraard kan hier ook een leerstoornis als dyscalculie of dyslexie meespelen, of verloopt misschien de oog-handcoördinatie moeizaam. Dit hoeft echter niet altijd het geval te zijn: de moeite met automatiseren kan ook “gewoon” aan de hoogbegaafdheid van het kind liggen.


Hoe zit dat dan in mekaar?


Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een hoogbegaafd kind bijvoorbeeld de tafels niet automatiseert. Vaak ziet het simpelweg de zin daarvan niet in en blijft het alles in het hoofd uitrekenen. Dat kan soms razendsnel (en dan merk je het aanvankelijk niet eens), maar evenzeer ook traag. Zelfs stampen, pagina’s vol oefeningen helpen dan niet veel. Integendeel: het kind heeft het principe zelf al lang door, en ziet aanvankelijk weinig reden om dit tot vervelens toe te oefenen.Een hoogbegaafd kind verwart 'het snappen' immers vaak met 'het kunnen'.


Misschien is je kind ook in hoofdzaak een visueel-ruimtelijke denker, wat vb. kloklezen of spelling kan bemoeilijken. Wanneer één denkstijl bijzonder sterk is ontwikkeld, gaat een kind die “automatisch” (no pun intended) liever en sneller gebruiken. Zie het als de weg van de minste weerstand. Vooral wanneer het de zin niet inziet van andere manier(en).


Toch is automatiseren nuttig. Het maakt het rekenen sneller en de kans op fouten kleiner. In het secundaire onderwijs, maar ook later in het dagelijkse leven, is snel kunnen rekenen handig. Het maakt de dingen alleszins een pak makkelijker.


Je moet daarbij wel een aantal opmerkingen in acht nemen. Om te beginnen is het niet nodig en zelfs contraproductief om te wachten met moeilijkere leerstof tot het kind de tafels of spellingregels volledig onder de knie heeft. Dit werkt immers verveling en afhaken in de hand. Bovendien zal een kind veel sneller snappen waarom automatiseren nuttig is, wanneer het complexe, moeilijke opdrachten voorgeschoteld krijgt (dat heet top down leren).


Daarnaast moet je het kind dus de zin van automatiseren duidelijk maken. Je kunt bijvoorbeeld moeilijke rekensommen opschrijven en bespreken hoeveel gemakkelijker die worden wanneer een en ander hebt geautomatiseerd. Of een tekst fonetisch laten opschrijven en onderzoeken waarom het niet zo efficiënt is op die manier te schrijven.


Automatiseren lukt vaak beter wanneer je de sterke kanten van het kind daarbij kunt aanspreken. Een visueel-ruimtelijke denker kan gebaat zijn bij de technieken van beelddenken. Een kinetisch lerend kind kun je stimuleren door het tijdens het inoefenen te laten bewegen : op de trampoline of touwtje springen, balletje heen en weer gooien, tijdens een looptraining… Overigens hoef je je niet te beperken tot één manier. Ook hoogbegaafde kinderen zijn immers in staat om alle leerstijlen te gebruiken en te combineren en hoe meer verschillende manieren je gebruikt, des te makkelijker verhuist nieuwe leerstof van het werkgeheugen naar het lange-termijngeheugen (en dan heb je het onder de knie).


In De Talentenhaven leren kinderen en jongeren strategieën, trucjes, technieken … die hen kunnen helpen bij het automatiseren, oefenen en studeren. Neem gerust contact op hiervoor!


Véronique
www.detalentenhaven.be
[email protected]

 


Rss_feed